Een groot deel van deze stad is in de jaren zeventig volgens één idee gebouwd: het woonerf. De auto staat op een parkeerkoffer aan de rand van de buurt, de woningen staan naar binnen gekeerd rond een hofje met groen, en voetpaden slingeren tussen de blokken door. Het is prettig wonen, kinderen kunnen buiten spelen en er rijdt niemand hard. Voor een slotenmaker is het een eigen soort buurt, en dat heeft met zichtlijnen te maken.

Wat er wegvalt als de straat verdwijnt

In een gewone straat met stoep en auto's gebeurt er doorlopend iets. Er loopt iemand naar zijn auto, er rijdt een bezorger langs, een buurman wast zijn ruiten. Al die mensen kijken niet bewust naar uw deur, maar ze zijn er, en dat is precies wat iemand die ergens niet thuishoort niet wil. Op een woonerf is dat anders opgebouwd.

  • geen enkele deur ligt aan een doorgaande weg
  • er lopen paden die van de ene buurt in de andere overgaan
  • bergingen en schuttingen vormen hoeken waar u niet omheen kijkt
  • het groen is in vijftig jaar flink hoger geworden dan op de tekening
  • de voordeur en de achterdeur liggen vaak even dicht bij een pad
  • wie er loopt valt niet op, want er loopt altijd iemand

Woont u op zo'n erf of hofje?

Wij lopen met u langs alle deuren en zeggen waar de haast zit.

Het punt dat bijna iedereen verkeerd heeft

In zo'n buurt treffen wij keer op keer dezelfde situatie: een stevig slot en degelijk beslag op de voordeur, en op de achterdeur het werk uit het bouwjaar, soms nog met een krukje en een dagschoot. Die keuze komt van een straat waar de voordeur aan de openbare weg ligt en de achterdeur in een omsloten tuin. Op een woonerf is dat niet zo. Hier liggen beide deuren aan een pad, en vaak is de achterdeur juist de slechter zichtbare van de twee.

Ons advies in deze wijken is daarom simpel: behandel voor- en achterdeur gelijk. Gekeurd beslag op beide, en op de achterdeur een grendel hoog of laag erbij. Dat laatste is een onderdeel van enkele tientjes dat forceren van een paar seconden naar een paar minuten brengt, en die minuten zijn precies waar iemand afhaakt.

De schutting en de poort

Op een erf hoort bij bijna elke woning een poort of een hek dat van het pad naar de tuin loopt. Dat is de deur waar wij in deze buurten het meest naar kijken, want wie daar door is, staat in uw tuin, uit het zicht van het pad, met de achterdeur en de berging naast elkaar. Een poort met een slot dat van buiten niet te bedienen is, en met een overval op doorgezette moeren in plaats van schroeven, maakt dat een heel andere klus.

En kijk naar de schutting zelf. Een schutting van twee meter die aan de pad-zijde een stevige dwarsregel heeft, is een ladder. Draai die regels naar binnen, en wat van buiten een onbeklimbaar vlak was blijft dat ook.

Licht, groen en het uitzicht van de buren

In een hofje is het groen in vijftig jaar gegroeid. Wat op de bouwtekening een lage heg was, is nu een hoge conifeer die precies voor de deur van de buren staat. Dat is een gesprek dat op elk erf wel eens langskomt, en het is de moeite waard: een vrij zicht van de ene woning op de deur van de andere is de goedkoopste beveiliging die bestaat.

Datzelfde geldt voor licht. Op een woonerf staan de lantaarns langs de paden en niet bij de deuren, dus achter de bergingen en in de hoeken is het donker. Een lamp met bewegingsmelder bij uw poort en achter het huis kost weinig, en het verschil tussen een donkere hoek en een hoek die opeens aangaat is groot.

Wat een woonerf wél in zijn voordeel heeft

Mensen kennen elkaar hier vaak beter dan in een doorgaande straat, en dat is geen cliché maar werkt. In de buurten waar het goed zit, weten de bewoners welke auto er hoort en wie met vakantie is. Dat is iets wat geen slot kan vervangen. Een afspraak met twee buren over elkaars post en een berichtje bij iets vreemds doet in zo'n hofje meer dan een extra slot op de voordeur.

Wilt u weten hoe uw erf erbij staat? Bel 079 2040328 of bekijk waarmee onze slotenservice u helpt.